We kennen natuurlijk allemaal de kracht van taal. Als je bij de slager aan de beurt bent en de winkelmedewerker zegt “wat wil je?”, krijg je een ander gevoel dan wanneer je te horen krijgt “goedemorgen! Waarmee kan ik je vandaag helpen?”.

Zo werkt het ook bij hoe je tegen jezelf praat, je self-talk. Geef je jezelf vaak op je kop, dan heeft dat effect op hoe je je voelt. Meestal ben je dan niet al te blij met jezelf. Je gedachten doen er dus toe (en gelukkig kun je die best een beetje bijsturen).

Je wordt beter in wat je vaak doet

In alles wat je vaak doet, word je beter. Het brein is namelijk lui: het is dol op gewoontes, dat scheelt veel moeite (hersencapaciteit en energie). Ook in het denken van bepaalde gedachten kun je goed worden. Heb je veel angstige gedachten, dan neigt je brein al snel naar meer angst.

Taal bij chronische klachten

Ook bij chronische (pijn)klachten speelt taal – en de neiging van het brein lui te zijn –  een belangrijke rol. Hierbij is het belangrijk om te weten dat bepaalde woorden of uitdrukkingen ervoor zorgen dat je brein zich veilig of juist onveilig voelt. En een onveilig brein creëert meer pijn of meer klachten. Als je dan weet dat je brein graag herhaalt wat het heeft geleerd, dan begrijp je je je angstiger voelt als je in je denken taal gebruikt die de onveiligheid versterkt. En angst versterkt de pijn (in de blog over de pijn-angst cyclus lees je meer over hoe dit werkt.)

Je brein kalmeren

Sommige woorden geven vertrouwen, andere zorgen ervoor dat je dieper in de put raakt. Als je bijvoorbeeld tegen jezelf zegt ‘niet zeuren, gewoon door de pijn heen bijten’ geef je je brein het signaal dat er iets is om bang voor te zijn, waardoor de pijn intensiveert. Binnen de mindbody-methode is bedacht dat het beter is om bij pijn te denken in termen van ‘ik zoef hier gladjes doorheen’ of ‘ik laat het toe’. Het brein kan hierdoor kalmeren.

Ook als het tijdens je herstel even niet meezit, is het niet handig om tegen jezelf te zeggen ‘ik voel me zó depressief’. Het brein leer je daarmee dat er iets ernstigs aan de hand is. Beter is het om luchtiger te denken ‘het is nu gewoon wat veel voor me’. Dat laatste geeft aan dat het tijdelijk is en dat het erbij hoort ­– en dat kalmeert je brein.

 

Wat de ander tegen je zegt

Als de ander je telkens waarschuwt ‘pas op, doe je niet teveel?’, ‘ zou je dat nou wel doen?’ of  ‘moet je niet even rusten?’, dan krijgt het brein telkens de boodschap dat er iets ernstigs speelt. In een andere blog ga ik hier uitbreider op in: helpen bij (pijn)klachten: wat werkt wél?

Hersteltaal

Je bewust zijn van de taal die je tegen jezelf gebruikt bij chronische klachten is dus belangrijk. Blijf weg van woorden die je stress verhogen, je ontmoedigen of je bang maken. Maar kies hersteltaal: woorden die je hoop geven, je veilig laten voelen, het luchtig maken of je misschien zelfs aan het lachen maken. Door deze hersteltaal vaak te gebruiken, leert je brein deze taal. Want je word beter in alles wat je vaak doet. Zélfs als je het diep van binnen niet gelooft.