In vrijwel elk herstelproces komt dat vervelende moment. Je weet inmiddels hoe je anders met je klachten om kunt gaan en bet een stuk opgeschoten. Je beweegt weer iets meer, je reageert rustiger op sensaties, je probeert niet meer direct te corrigeren of te vermijden. En juist dan lijken de klachten weer op te spelen, alsof er nieuw leven in geblazen wordt. Pijn wordt scherper, vermoeidheid neemt toe of er duikt iets nieuws op.
Dat voelt voor jou al snel als een signaal dat er iets niet goed gaat. In werkelijkheid past het bij een bekend leermechanisme: een extinction burst of in goed Nederlands een uitdovingspiek.
Wat er gebeurt in het systeem
Het zenuwstelsel leert door herhaling. Wanneer een reactie ergens toe leidt, wordt die reactie versterkt, bij herhaling kost het minder moeite en zo wordt hij verder versterkt. Zo leren we fietsen, rekenen en een muziekinstrument spelen. Maar het werkt zo ook voor interne processen zoals aandacht, interpretatie en lichamelijke respons. Dat betekent: zolang een patroon volgens het brein ‘werkt’ blijft het bestaan. Denk aan iemand met rugpijn die bij elke buiging direct stopt of terugdeinst. De pijn zakt dan iets, wat voor het brein bevestigt dat dit ‘werkt’. Daardoor ontstaat het patroon sneller en steeds automatischer, tot zelfs de verwachting van buigen al een reactie oproept.
Zolang dat stoppen iets oplevert, blijft het patroon zichzelf bevestigen. Op het moment dat iemand toch doorbeweegt en merkt dat de verwachte toename van pijn uitblijft, verandert dat effect. Het patroon verliest zijn functie, maar… het stopt niet meteen. Je ziet vaak eerst een tijdelijke toename in intensiteit: het systeem probeert nog één keer (of een tijdje) nadrukkelijk of de oude strategie toch resultaat oplevert.
Binnen de mindbody-literatuur wordt dit vaak geïllustreerd met eenvoudige voorbeelden. Je staat bij de balie van een hotel om uit te checken, er is niemand. Er is een bel waar je op kunt drukken om iemand op te roepen, je drukt erop, maar er gebeurt niets, dus je drukt nog een paar keer extra. Je probeert het nog eens, iets langer nadrukkelijker. Misschien zelfs wel echt vinnig. Pas als er dan echt niemand komt, laat je het los. Dat principe – eerst opschalen voordat iets dooft – zie je ook terug in hoe het brein met pijnsignalen omgaat.
Pijn in een normaal herstelproces
Na een blessure is pijn gewoon functioneel. Het beschermt en stuurt gedrag. Het zenuwstelsel leert dat bepaalde bewegingen risico geven en verhoogt de waakzaamheid. Dat is gewoon hoe het hoort om te kunnen genezen.
Wanneer het weefsel herstelt en iemand weer gaat bewegen, loopt het alarmsysteem daar vaak nog op achter. Het blijft een tijdje voorzichtig en reageert op basis van eerdere ervaringen, niet alleen op basis van wat er op dat moment gebeurt in het lichaam. Een beweging die in de acute fase pijnlijk was, kan opnieuw een stevige reactie oproepen terwijl er eigenlijk geen aanleiding meer voor is.
Die tijdelijke opschaling van pijn of spanning hoort bij het afbouwen van een beschermingspatroon. Het systeem heeft herhaalde veilige ervaringen nodig om zijn inschatting bij te stellen. In die fase kan het signaal nog even nadrukkelijk aanwezig zijn.
Uitdovingspieken in een mindbody traject
Bij aanhoudende (pijn)klachten gaat het al lang niet niet meer over herstellend weefsel, maar over een zenuwstelsel dat gewend is geraakt aan een bepaalde manier van reageren. Pijn, spanning en vermoeidheid zijn dan onderdeel geworden van een beschermingsstrategie die steeds opnieuw wordt geactiveerd.
In een mindbody traject verandert de manier waarop iemand daarmee omgaat. Er komt minder vermijding. Beweging en activiteit wordt weer opgepakt binnen veilige grenzen. Sensaties worden minder snel als dreigend geïnterpreteerd. De aandacht verschuift van controleren naar ervaren en verder naar ‘gewoon leven’.
Daarmee valt de ‘bekrachtiging’ van het oude patroon weg. Het brein krijgt minder bevestiging dat de alarmreactie nodig is. In die overgang kan het systeem tijdelijk sterker reageren. Eigenlijk omdat hij het niet gewend is en die vreemde situatie ook als onveilig beschouwt.
Dat zie je terug in een aantal typische verschijnselen die in de praktijk vaak worden herkend:
- Een plotselinge toename van pijn nadat iemand juist stappen heeft gezet met het aangaan van een activiteit of houding
- Klachten die zomaar van plek veranderen of zich uitbreiden zonder duidelijke lichamelijke verklaring
- Nieuwe sensaties die eerder niet aanwezig waren
- Een golf van twijfel of onrust precies op het moment dat er vooruitgang leek te zijn
- Een korte terugval na een periode van verbetering
Voor iemand die dit meemaakt voelt het alsof het lichaam protesteert of achteruitgaat. Vanuit het perspectief van leren en aanpassen zie je iets anders: het systeem test of het oude patroon nog nodig is. En of het nieuwe patroon veilig genoeg is.
Het spanningsveld in deze fase
Op dit punt is het altijd oppassen geblazen. Niet elke toename van klachten valt onder een uitdovingspiek. Er kan wel degelijk sprake zijn van overbelasting blijft bestaan, net als andere lichamelijke processen die aandacht vragen. Het verschil zit in de context en in het verloop.
Binnen een goed afgestemd traject wordt gekeken naar het geheel: hoe iemand beweegt, hoe er wordt omgegaan met sensaties, hoe het patroon zich ontwikkelt in de tijd. Op basis daarvan ontstaat onderscheid tussen een signaal dat bijsturing vraagt (toch misschien iets teveel gedaan) en een tijdelijke opschaling binnen een leerproces (je systeem is nog aan het wennen).
Wat helpt, is het besef dat het zenuwstelsel niet abrupt van strategie wisselt. Het bouwt af, probeert nog eens, en past zich dan pas aan. Die tussenfase kan intens aanvoelen, juist omdat het oude patroon nog één keer nadrukkelijk zichtbaar wordt.
Wat dit betekent voor herstel
Voor mensen met chronische pijn of klachten zoals long-covid, fibromyalgie of centrale sensitisatie is dit een cruciaal stuk om te begrijpen. Zonder deze context voelt zo’n fase als bewijs dat het niet werkt. Met deze context wordt het een herkenbaar moment in een proces van het brein opnieuw trainen.
Dat verandert niets aan hoe vervelend die fase kan zijn. Maar het maakt wel dat je anders kunt kijken naar wat er gebeurt, en dat er ruimte blijft om binnen veilige grenzen door te bewegen in plaats van je direct terug te trekken.
Herstel verloopt zelden in een rechte lijn. Het zenuwstelsel heeft tijd nodig om oude overtuigingen los te laten en nieuwe ervaringen te integreren. Daarin is het normaal dat de klachten soms weer even opvlammen.
