Bij chronische klachten is het niet gek als je in een sociaal isolement terechtkomt. Eerst vallen er een paar afspraken af omdat ze teveel energie kosten. Die verjaardag bijvoorbeeld, waarvoor je al dagen spanning voelt oplopen. Je laat misschien eens een appje dat liggen omdat reageren best veel moeite kost en je weet ook niet zo goed wat je moet antwoorden. Dat doe je morgen wel. Maar na verloop van tijd merk je dat het stiller in je leven is geworden, terwijl de klachten juist meer ruimte krijgen en die ook innemen.

 

Belasting, spanning en sociaal isolement

Bij langdurige klachten draait veel om belasting en draagkracht. Het zenuwstelsel houdt (en dat gebeurt onbewust) voortdurend in de gaten hoeveel energie iets kost en hoeveel spanning ermee gepaard gaat. Dat gebeurt niet alleen bij lichamelijke inspanning, maar ook tijdens sociale interacties. Een gesprek voeren terwijl je al moe bent, opletten of je het allemaal nog kunt volgen, proberen aanwezig te blijven terwijl je systeem vanbinnen onrustig wordt: het vraagt allemaal regulatie van een zenuwstelsel dat vaak al langdurig overbelast is.

Sociale situaties kunnen daardoor steeds zwaarder gaan voelen. Het systeem registreert vermoeidheid, alertheid, overprikkeling en spanning en koppelt die ervaringen aan elkaar, zonder dat er een direct verband tussen hoeft te zijn. Wanneer het je lucht geeft als je je terugtrekt, leert het brein dat afstand houden helpt om energieverlies of verergering te beperken. En wat het brein leert, doet het vaker waardoor het patroon zich ongemerkt en ongewild versterkt. Hierdoor wordt je leefwereld langzaam maar zeker kleiner.

Het zenuwstelsel heeft verbinding nodig

Ieder menselijk zenuwstelsel heeft zich ontwikkeld in contact met anderen. Stephen Porges beschrijft hoe sociale veiligheid verweven is met de regulatie (het tot rust brengen) van het autonome zenuwstelsel. Zo heeft een kalme stem, een vertrouwd gezicht of het gevoel dat je nergens aan hoeft te voldoen, direct invloed op spanning, ademhaling, hartslag en waakzaamheid.

Bij chronische klachten valt door sociaal isolement een aantal van die regulerende momenten geleidelijk weg. Je gaat minder naar buiten, zegt vaker af en hebt zo minder sociale contacten. Daarbij speelt onbegrip een rol. Uitleg geven terwijl je zelf nauwelijks begrijpt waarom je lichaam zo reageert, kost gewoon energie. Hetzelfde geldt voor situaties waarin je tegen een muur van onbegrip stuit of als er – al dan niet subtiel – gesuggereerd wordt dat je je maar eens moet vermannen. En soms doen de situaties zich niet eens voor, maar is er wel de angst dat die zich gaan voordoen en dat weerhoud je om eropuit te gaan.

Door momenten als deze gaat je aandacht steeds verder naar binnen. Je wordt je hyperbewust van wat je lichaam je vertelt: signalen, spanning en klachten. Het zenuwstelsel krijgt steeds minder ervaringen waarin ontspanning, spontaniteit en verbondenheid centraal staan.

Sociaal isolement kan chronische klachten versterken

Daarnaast heeft langdurig sociale terugtrekking sterke invloed op de stressregulatie, ontstekingsactiviteit en gevoeligheid van je zenuwstelsel. Dat betekent dat sociaal isolement meer doet dan je sociale leven beperken. Het beïnvloedt ook de toestand van je systeem zelf.

Bij klachten zoals chronische pijn, long-covid, fibromyalgie en chronische vermoeidheid kan die voortdurende interne gerichtheid de gevoeligheid voor deze klachten verder vergroten. Het systeem blijft als het ware steeds dichter rondom de klachten cirkelen. De dag draait meer om rekening houden, monitoren, herstellen en beschermen. En zo merk je dat je naast energie ook een stuk levendigheid verliest.

Veiligheid en verbinding voor herstel

Herstel ontstaat in kleine stapjes; het zenuwstelsel verandert vooral via herhaalde positieve ervaringen. Bijvoorbeeld in een gesprek waarin je je niet groot hoeft te houden. Of even bij iemand zijn bij wie stilte geen probleem is of die niet iets van je klachten ‘vindt’. Samen even wandelen zonder doel of verwachting en de focus van je klachten afhalen. Merken dat er momenten kunnen zijn dat je lichaam even minder hard hoeft te werken. Het zijn dat soort ervaringen die kunnen helpen om je systeem langzaam weer opener en met meer vertrouwen te laten reageren op contact en aanwezigheid.

Als je leeft met chronische klachten vraagt dat zachtheid voor jezelf. Je terugtrekken kan in eerste instantie lijken op die zachtheid, maar kan leiden tot sociaal isolement. De neiging om eerst volledig beter te willen zijn voordat er weer ruimte komt voor verbinding is heel begrijpelijk. Maar het helpt je niet, integendeel. Een klein beetje echte veiligheid kan soms al meer regulatie geven dan uren proberen te herstellen in volledige afzondering.