‘Nee, daar ben ik klaar mee, dat heb ik achter me gelaten.’
‘Ik ben bang dat er te veel emoties loskomen.’
‘Ik wil echt niet graven in het verleden.’

Ja, je jeugd is voorbij. Maar een regel die je op je vijfde leerde, kan op je vijfenvijftigste nog steeds bepalen of je al dan niet een grens aangeeft, om hulp vraagt of gespannen raakt zodra iemand teleurgesteld in je is. Daarom kan het zin hebben om je vorming onder ogen te zien, ook als je het verhaal van je jeugd allang kent. Het gaat om de invloed die dat verhaal vandaag nog heeft.

 

Zo doen we het hier

Als kind heb je scherp in de gaten wat er om je heen gebeurt. Je merkt aan een blik, een zucht of een verandering in sfeer wat wel en geen handige reactie is. Misschien leerde je dat je beter niet lastig kon zijn. Dat boos worden gedoe gaf. Dat je voor de harmonie moest zorgen of je emoties beter voor jezelf kon houden.

Je maakte daar geen bewuste keuze in. Een kind past zich aan om zich veilig en geliefd te blijven voelen. De een wordt heel behulpzaam, de ander houdt zich stil en weer een ander probeert vooral geen fouten te maken. Zo ontstaat een eigen manier om spanning te voorkomen.

Dat werkt. Je krijgt minder gedoe, houdt contact en weet welke rol je binnen het gezin hebt. Alleen blijft zo’n aanpassing niet keurig in je jeugd achter. Op je vijfenvijftigste houd je misschien nog steeds je mond wanneer iets je raakt. Je zegt ja terwijl je nee bedoelt en voelt je verantwoordelijk voor een sfeer die je niet hebt veroorzaakt.

 

Spanning die gewoon is geworden

Jeugdervaringen en chronische klachten kunnen met elkaar verbonden raken via patronen die ooit hielpen om je veilig en geliefd te voelen. Je kunt jarenlang gespannen zijn zonder dat je jezelf als gespannen ervaart. Het voelt normaal om steeds vooruit te denken, rekening te houden met reacties en jezelf in de gaten te houden. Je kaken staan vast, je adem zit hoog of je schouders trekken op zodra er iets van je wordt gevraagd. Tegen de tijd dat je dat merkt, heb je je alweer aangepast.

Je zenuwstelsel leert mee met alles wat je doet om gedoe, afwijzing of verlies van verbinding te voorkomen. Na jaren kan het snel reageren op situaties die raken aan die oude gevoeligheden. Een geïrriteerde toon, kritiek op je werk of iemand die afstandelijk doet, kan dan veel meer spanning oproepen dan je aan de buitenkant laat zien.

Bij centrale sensitisatie is het zenuwstelsel te scherp afgesteld. Signalen worden sneller als dreigend beoordeeld en beschermingsreacties komen eerder op gang. Pijn, vermoeidheid of andere klachten kunnen daar deel van uitmaken. Je hoeft je daarbij niet bewust bang of gespannen te voelen. Het patroon is al lang automatisch geworden.

 

De invloed van jeugdervaringen op chronische klachten

‘Graven in het verleden’ klinkt alsof er een kelder open moet waarvan niemand weet wat eruit komt. Zo hoeft het niet te gaan. Je begint bij iets wat nu gebeurt. Je merkt bijvoorbeeld dat je buik zich aanspant wanneer je een afspraak wilt afzeggen of dat je keel dichttrekt zodra je wilt vertellen dat iets je boos maakt.

Van daaruit kun je onderzoeken waar je lichaam op reageert. Welke regel wordt hier gevolgd? Welk deel van jou is actief? Wat probeert het te voorkomen?  Waar heb je eerder geleerd dat het veiliger was om het zo te doen?

Een herinnering hoeft daarvoor niet uitvoerig te worden herbeleefd. Je blijft met één been in het heden en bepaalt zelf hoe dichtbij je komt. Zodra de spanning te groot wordt, neem je afstand. Het doel is dat je kunt kijken zonder opnieuw terecht te komen in de machteloosheid van toen. Door de realiteit van de opgebouwde spanning te erkennen, kan het systeem ontspannen en zo kan de invloed van jeugdervaringen op chronische klachten minder worden.

 

Een oude oplossing herkennen

Terugkijken kan zichtbaar maken dat iets wat je als karaktertrek beschouwde ooit een oplossing was. Je bent niet ‘nu eenmaal iemand die alles alleen moet doen’; je hebt geleerd dat afhankelijk zijn riskant is. Je bent niet ‘gewoon slecht in grenzen aangeven’; ergens is de verwachting ontstaan dat een grens aangeven ten koste gaat van iets anders.

Dat inzicht alleen verandert nog geen automatisch patroon. Er zijn nieuwe ervaringen nodig. Zoals een keer nee zeggen en merken dat het contact blijft bestaan. Iemand teleurstellen zijn zonder het onmiddellijk te herstellen. Of boosheid voelen opkomen en ontdekken dat je die kunt (ver)dragen.

Daarmee krijgt je zenuwstelsel andere informatie. Het hoeft minder hard te werken om oude gevaren te voorkomen. Je hoeft jezelf minder stevig bij elkaar te houden. Dat kan vervolgens spanning verminderen en daarmee ook invloed hebben op klachten.

Naar oude patronen kijken begint dus niet met jezelf ergens in storten. Het begint met herkennen en erkennen wat je nog steeds doet om veilig te blijven.