Pijn heeft een functie. Ze waarschuwt ons voor gevaar en zorgt ervoor dat we reageren als er iets mis dreigt te gaan. Bij een verstuikte enkel, een wond of een ontsteking is dat logisch en ook fijn: er gebeurt iets in het lichaam en het zenuwstelsel trekt aan de bel om je aandacht te krijgen.
Bij aanhoudende pijn of andere aanhoudende klachten wordt dat verband minder vanzelfsprekend. De oorspronkelijke blessure kan al lang hersteld zijn terwijl de pijn blijft. Een scan kan afwijkingen laten zien die ook voorkomen bij mensen zónder pijn. De ernst van de pijn kan sterk wisselen zonder dat er op dat moment iets verandert aan botten, spieren of gewrichten. Dan rijst de vraag: wat maakt dat de pijn toch blijft? Die vraag vormt het vertrekpunt van Pain Reprocessing Therapy, meestal afgekort tot PRT. PRT gaat niet alleen over pijn, maar ook over andere klachten, zoals vermoeidheid, duizeligheid etc.
We scharen de meeste van die klachten in Nederland onder de term ALK (aanhoudende lichamelijke klachten). Voor de leesbaarheid blijf ik in deze blog bij het woord pijn.
Pain Reprocessing Therapy en neuroplastische pijn
Binnen de pijnwetenschap is daar de afgelopen decennia steeds meer over geleerd. Pijn ontstaat niet rechtstreeks op de plaats waar je het voelt. Het brein maakt pijn wanneer het op basis van alle beschikbare informatie concludeert dat bescherming nodig is. Lichamelijke signalen tellen daarin mee en ook eerdere ervaringen, verwachtingen, aandacht, emoties en de situatie waarin je je bevindt. Dat betekent dat dezelfde lichamelijke informatie niet iedere keer dezelfde pijn hoeft op te leveren. Tijdens een spannende wedstrijd merk je een blessure misschien nauwelijks op en na afloop ineens wel. Een beweging die een paar keer flinke pijn heeft veroorzaakt kan later al spanning oproepen voordat je eraan begint. Het brein leert razendsnel welke situaties mogelijk gevaar opleveren. Daar is het tenslotte voor gebouwd.
Dat leervermogen heet neuroplasticiteit: het vermogen van het brein en zenuwstelsel om te veranderen op basis van ervaringen. Dankzij neuroplasticiteit leren we fietsen, autorijden en pianospelen. Het zenuwstelsel kan helaas ook verbanden leren waar je last van hebt. Als bijvoorbeeld bukken herhaaldelijk pijn doet, kan het brein bukken steeds sterker aan gevaar koppelen. Je gaat erop letten, beweegt voorzichtiger en verwacht misschien al dat het pijn zal doen. Na verloop van tijd kan het beschermingssysteem reageren zodra je naar voren buigt. Er hoeft op dat moment geen nieuwe beschadiging te ontstaan om toch echte pijn te voelen.
Voor pijn die op deze manier wordt onderhouden wordt de term neuroplastische pijn gebruikt. Andere termen die je tegenkomt zijn primaire pijn en nociplastische pijn. De begrippen overlappen gedeeltelijk en worden niet overal precies hetzelfde gebruikt. De kern is dat veranderbare processen in het zenuwstelsel een belangrijke rol spelen bij het voortbestaan van de klachten.
Pain Reprocessing Therapy is een van de therapievormen die ik inzet in mijn praktijk en richt zich op die processen. PRT is een behandeling die probeert de manier te veranderen waarop het brein lichamelijke signalen interpreteert. Het uitgangspunt is dat het zenuwstelsel iets kan afleren wat het eerder heeft geleerd. Als een beweging, sensatie of activiteit herhaaldelijk gekoppeld is geraakt aan gevaar kan het brein nieuwe ervaringen opdoen waarin diezelfde signalen veilig blijken te zijn. Daarvoor is werkelijk nieuwe informatie nodig. Je beweegt, voelt, kijkt wat er gebeurt en merkt dat de voorspelde schade uitblijft. Het zenuwstelsel krijgt daarmee aanleiding om zijn inschatting bij te stellen. PRT gaat dus niet uit van het idee dat pijn psychisch is of dat positief denken de oplossing is
.
Somatic Tracking
Een van de bekendste PRT-technieken is somatic tracking, in het Nederlands ook wel sensatie-observatie genoemd. Daarbij richt je met een lichte nieuwsgierigheid je aandacht op een lichamelijke sensatie. Je merkt op waar die zit, hoe die voelt en of er iets verandert. Je probeert die niet zo snel mogelijk weg te krijgen. De oefening is erop gericht dat het brein een sensatie kan ervaren zonder er direct gevaar aan te koppelen. Dat klinkt overzichtelijk, maar een zenuwstelsel dat al jaren alarm slaat is meestal niet erg onder de indruk van een paar geruststellende zinnen. Daarom bestaat PRT uit meer.
Educatie over pijn is een belangrijk onderdeel. Er wordt gekeken naar angst voor klachten, vermijding, aandacht voor symptomen en overtuigingen over lichamelijke kwetsbaarheid. Ook verwachtingen zijn belangrijk. Als je ervan overtuigd bent dat twintig minuten lopen betekent dat je vanavond meer pijn zult hebben, gaat je brein die activiteit anders verwerken dan wanneer lopen als veilig wordt ervaren. Beweging en activiteit kunnen daarom onderdeel van PRT zijn. Het gaat niet om een rigide schema waarin iedere week vijf minuten moeten worden toegevoegd. Er wordt juist gebruikgemaakt van speelse ervaringen waarin het brein ontdekt dat bewegen of belasten veiliger kan zijn dan verwacht.
Emoties kunnen eveneens relevant zijn. Langdurige spanning, boosheid, verdriet, angst, schuld en relationele stress beïnvloeden het gevoel van veiligheid in het zenuwstelsel. Binnen PRT krijgen ze aandacht als ze onderdeel zijn van het patroon. Ze hoeven niet als allesverklarende oorzaak te worden gezien. Een mens is ingewikkeld genoeg zonder ieder symptoom terug te hoeven voeren op één verborgen emotie.
Het doel van PRT is herstel. Bij een passende indicatie kan pijn sterk verminderen of verdwijnen. De begeleiding is gericht op verandering van het pijnproces zelf.
Geschiktheid en grenzen van PRT
Een goede beoordeling is belangrijk. PRT is niet geschikt om iedere nieuwe of onverklaarde klacht meteen als neuroplastisch te behandelen. Acute schade, ontstekingsprocessen, infecties, neurologische aandoeningen, kanker en andere medische oorzaken vragen om passende diagnostiek en behandeling. Maar ook een lichamelijke diagnose sluit een neuroplastische component niet uit. Artrose, discusdegeneratie en uitstulpingen kunnen op scans zichtbaar zijn bij mensen die gèèn pijn hebben. Bij iemand met klachten kunnen zulke diagnoses relevant zijn terwijl het zenuwstelsel daarnaast een eigen bijdrage kan leveren aan de intensiteit en hardnekkigheid van de pijn.
Daarom kijk je binnen PRT naar het hele patroon. Wisselen klachten sterk? Verplaatsen ze zich? Zijn er momenten waarop ze onverwacht minder zijn? Zijn bepaalde bewegingen, plaatsen of activiteiten steeds sterker aan pijn gekoppeld geraakt? Veranderen de klachten onder invloed van aandacht, stress, ontspanning of verwachting? Past het verloop bij wat er lichamelijk bekend is? Geen enkel kenmerk geeft op zichzelf zekerheid. De combinatie van medische informatie, voorgeschiedenis en klachtenpatroon helpt om een zorgvuldige inschatting te maken.
Wetenschap en evidence-based practice
De bekendste wetenschappelijke studie naar PRT is de Boulder Back Pain Study. Aan dit gerandomiseerde onderzoek deden 151 volwassenen met chronische rugpijn mee. Zij kregen PRT, een placebo-interventie of gebruikelijke zorg. Na vier weken was 66 procent van de deelnemers in de PRT-groep pijnvrij of vrijwel pijnvrij. In de placebogroep was dat 20 procent en in de groep met gebruikelijke zorg 10 procent. De verbetering bleef bij de follow-up na een jaar grotendeels behouden.
In 2025 werden ook de resultaten na vijf jaar gepubliceerd. Van de oorspronkelijke deelnemers deden er 113 opnieuw mee. In de PRT-groep was 55 procent nog steeds vrijwel of volledig pijnvrij. De deelnemers hadden minder beperkingen door pijn en waren minder overtuigd geraakt dat pijn of beweging lichamelijke schade betekende. Dat zijn sterke resultaten. De studie ging over primaire chronische rugpijn en de groep was zorgvuldig geselecteerd. Onderzoek bij andere pijnklachten en bij mensen met ernstiger beperkingen blijft nodig.
De wetenschappelijke basis onder PRT is echter breder dan de onderzoeken naar de behandeling zelf. De methode sluit aan bij een veel groter onderzoeksgebied naar pijn, neuroplasticiteit, verwachtingen, aandacht, angst, vermijding, placebo- en nocebo-effecten en de manier waarop betekenis lichamelijke sensaties beïnvloedt. En daar komt evidence-based practice bij. Dat begrip wordt geregeld gebruikt alsof alleen behandelingen met een enorme stapel gerandomiseerde onderzoeken evidence based kunnen zijn, maar evidence-based practice is breder. De best beschikbare wetenschappelijke kennis wordt gecombineerd met klinische expertise en met de situatie, voorkeuren en ervaringen van de cliënt.
Bij PRT bestaat die evidence uit verschillende bronnen. Het directe onderzoek naar de methode is nog relatief jong en de klinische ervaring met PRT en andere mindbody-benaderingen is inmiddels groot. Het Pain Psychology Center in Los Angeles behandelt al jaren mensen met chronische pijn en binnen het internationale PRT-netwerk zijn inmiddels duizenden professionals uit verschillende zorgdisciplines geschoold.
Daarbij komen de ervaringen van mensen die door PRT, EAET of andere mindbody-benaderingen sterk zijn opgeknapt of volledig zijn hersteld, ook in mijn eigen praktijk. Een betrouwbaar wereldwijd aantal bestaat niet. Er is geen register waarin wordt bijgehouden hoeveel mensen een behandeling hebben gevolgd, wat precies onder herstel wordt verstaan en hoe lang het resultaat standhoudt.
Die positieve ervaringen hebben binnen evidence-based practice wel hun waarde. Klinische expertise ontstaat voor een belangrijk deel door zorgvuldig te volgen wat er in de praktijk gebeurt: welke patronen komen terug, welke interventies helpen, bij wie werkt een methode minder goed en waar liggen de grenzen ervan. Dat hoort bij evidence-based werken.
PRT naast EAET, IFS en ISP
PRT is geen eiland. Binnen mindbody-behandeling bestaan verschillende methoden die ieder een ander deel van hetzelfde terrein belichten. EAET, Emotional Awareness and Expression Therapy, is daar een belangrijk voorbeeld van. EAET richt zich sterker op emoties en relationele ervaringen. Boosheid, verdriet, angst, schuld, schaamte en onvervulde behoeften kunnen worden onderzocht, gevoeld en uitgedrukt. EAET heeft inmiddels een eigen onderzoeksbasis bij onder andere fibromyalgie en chronische musculoskeletale pijn. In verschillende studies werden betekenisvolle verbeteringen gevonden in pijn en functioneren.
PRT en EAET vullen elkaar goed aan. Binnen beide vakgebieden is dan ook veel samenwerking en binnen de mindbody benadering komen vele wetenschappers en behandelaar bijeen om van elkaar te leren, bijvoorbeeld binnen de de ATNS (Association for the Treatment of Neuroplastic Symptoms) .
Bij angst voor lichamelijke sensaties, vermijding en overtuigingen over schade geeft PRT veel aanknopingspunten. EAET kan bijzonder waardevol zijn als relationele spanning, emoties en langdurige patronen een belangrijke rol spelen. In de praktijkruimte lopen die gebieden geregeld door elkaar. Gelukkig heeft het zenuwstelsel geen behandelprotocol gelezen.
Internal Family Systems, IFS, biedt weer een andere ingang. Binnen IFS wordt gewerkt met verschillende delen in de persoonlijkheid die ieder hun eigen gevoelens, overtuigingen en beschermende strategieën hebben. Een deel kan voortdurend willen doorgaan, een ander deel kan bang zijn voor klachten en een ander probeert emoties buiten de deur te houden. IFS is niet ontwikkeld als behandelprotocol voor neuroplastische pijn en de onderzoeksbasis voor aanhoudende lichamelijke klachten is kleiner. Binnen mindbody-begeleiding kan de methode wel veel toevoegen. Ze helpt begrijpen waarom beschermende patronen blijven bestaan en wat er nodig is om daar beweging in te krijgen.
Ook Integral Somatic Psychology (ISP) van Raja Selvam past binnen een bredere mindbody-benadering. ISP richt zich op het vermogen om emoties werkelijk in het lichaam te ervaren en te verdragen. Dat kan relevant zijn wanneer lichamelijke klachten samengaan met een sterk patroon van emotionele controle of wanneer voelen zelf spanning oproept. ISP is geen behandeling voor neuroplastische pijn en heeft daarin een andere positie dan PRT. Het kan wel helpen om het emotionele en lichamelijke deel van het proces verder te verdiepen.
PRT, EAET, IFS en ISP geven daarmee verschillende ingangen in processen die nauw met elkaar verweven zijn: lichamelijke sensaties, verwachting, angst, emoties, eerdere ervaringen en bescherming. Binnen mijn praktijk wordt met deze methodes gewerkt.
De mensen achter PRT
De naam die het sterkst met PRT verbonden is, is Alan Gordon. Hij is psychotherapeut en oprichter van het Pain Psychology Center in Los Angeles. Gordon had zelf jarenlang chronische pijn en ontwikkelde vanuit zijn klinische werk de aanpak die later Pain Reprocessing Therapy werd genoemd.
Howard Schubiner heeft een belangrijke rol gespeeld in het bredere onderzoeks- en behandelveld rond mindbody-klachten. Hij is arts en klinisch hoogleraar aan Michigan State University College of Human Medicine en werkt al tientallen jaren met aanhoudende pijn. Hij was betrokken bij het PRT-onderzoek en ontwikkelde samen met Mark Lumley EAET.
Neurowetenschapper Yoni Ashar was eerste auteur van de Boulder Back Pain Study. Tor Wager is internationaal bekend om zijn onderzoek naar pijn, verwachtingen, placebo-effecten en hersenprocessen. Ook psychotherapeut Christie Uipi was betrokken bij de ontwikkeling en uitvoering van het PRT-protocol
Vanessa Blackstone behoort tot de volgende generatie PRT-behandelaars en trainers. Zij schreef samen met Olivia Sinaiko The Pain Reprocessing Therapy Workbook. Dat werkboek vertaalt PRT naar praktische uitleg en oefeningen voor mensen die zelf met de methode willen werken.
Ook in Nederland krijgt de mindbody-benadering steeds meer vorm. Stichting Emovere speelt daarin een belangrijke rol. De stichting zet zich in voor kennis over aanhoudende lichamelijke klachten en herstel en brengt cliënten, ervaringsdeskundigen, behandelaars en onderzoekers bij elkaar.
Boeken en podcasts over PRT
Het oorspronkelijke theorie- en werkboek van Howard Schubiner, Unlearn Your Pain, is door Stichting Emovere vertaald en uitgegeven als Herprogrammeer je brein en heel je pijn. Daardoor kwam een van de belangrijkste mindbody-boeken beschikbaar voor Nederlandstalige lezers.
Voor wie eerst kennis wil maken met PRT is The Way Out van Alan Gordon en Alon Ziv een toegankelijke ingang. De Nederlandse vertaling verscheen als Pijn op z’n retour. Het boek legt uit hoe neuroplastische pijn kan ontstaan en beschrijft aan de hand van veel voorbeelden hoe PRT in de praktijk wordt toegepast. In oktober 2026 verschijnt via Stichting Emovere ook de Nederlandse vertaling van The Pain Reprocessing Therapy Workbook van Vanessa Blackstone en Olivia Sinaiko. Aan deze vertaling heb ik zelf meegewerkt als lid van het vertaalteam. Het is het eerste uitgebreide PRT-werkboek dat in het Nederlands beschikbaar komt. Dit boek gaat verder de diepte in: er wordt gewerkt met het herkennen van neuroplastische klachten, somatic tracking, angst, verwachtingen, emoties en patronen die het zenuwstelsel beïnvloeden. De vele oefeningen en werkbladen zijn via QR-codes in het boek te downloaden vanaf de site van Stichting Emovere.
De podcast Tell Me About Your Pain van Alan Gordon en Alon Ziv laat PRT horen in plaats van alleen uitleggen. Zij bespreken verhalen van mensen met chronische pijn en laten zien hoe zij kijken naar angst, veiligheid, pijnverwachtingen en patronen in het zenuwstelsel. Hun luchtige manier van praten past helemaal bij PRT en de podcast maakt de methode heel toegankelijk.
Het denk over pijn verandert
PRT past in een grotere verandering in ons denken over pijn. Steeds duidelijker wordt dat pijn geen eenvoudige graadmeter is voor de toestand van weefsel. Het brein weegt informatie, voorspelt wat er gaat gebeuren en besluit voortdurend wat bescherming nodig heeft. Bij aanhoudende pijn kan dat beschermingssysteem patronen vasthouden die hun nut hebben verloren. Neuroplasticiteit geeft ook de mogelijkheid om nieuwe patronen te ontwikkelen. Het brein kan leren dat een sensatie, beweging of activiteit minder gevaarlijk is dan eerder werd aangenomen.
Dat is uiteindelijk de kern van PRT: begrijpen wat het zenuwstelsel heeft geleerd en het vervolgens de kans geven iets nieuws te leren. Pijn wordt daarbij serieus onderzocht op betekenis en het brein krijgt nieuwe ervaringen waarin veiligheid steeds geloofwaardiger wordt.
