Veel mensen met chronische (pijn)klachten zijn goed in zelfkritiek. Hoe je ook je best doet, het resultaat blijft uit en dat ligt eigenlijk aan jezelf. Ken je het? Dat de pijn blijft, terwijl je zo gehoopt – en misschien wel gerekend – had op verbetering. Dat je merkt dat je tegen de dag opziet omdat je je lamgeslagen voelt door het vechten tegen je klachten. Of (wat ik vanuit eigen ervaring ken) dat je wéér een afspraak moet afzeggen omdat die deken van vermoeidheid over je heen is gevallen. Het is vaak niet de klacht op zich waar je het meeste last van hebt, maar de zelfkritische stem die erbij opkomt: zie je wel, zelfs dit lukt me niet…
Dit soort gedachten komen niet zomaar uit de lucht vallen. Ze zijn verbonden met hoe je jong hebt geleerd wat ‘normaal’ is in contact met jezelf en anderen.
Je jonge brein leert expliciet én impliciet
Als kind leer je hoe de wereld werkt. Je leert dit expliciet, zoals op school, maar ook doordat je ouders of andere volwassenen je vertellen ‘hoe het zit’. Daarvan ben je je vaak bewust. Maar heel veel leren gebeurt ook impliciet – op onbewust niveau. Je leert dan bijvoorbeeld dat je niet kunt rekenen op steun als je het echt nodig hebt, of dat je geprezen wordt (of soms erger: dat je geen kritiek krijgt) als je veel voor anderen doet.
Als je wél voldoende liefde, steun en veiligheid kreeg, ontwikkelt je brein een basisvertrouwen: ik mag er zijn, ik hoef het niet allemaal perfect te doen, ik hoef liefde niet te verdienen. Maar als die bedding minder stevig was, bijvoorbeeld omdat er weinig aandacht was voor jouw gevoelens of omdat je je vaak moest aanpassen, dan vormt je brein onbewuste overtuigingen als: ik moet erg m’n best doen om geaccepteerd te worden, ik mag anderen niet tot last zijn, ik sta er alleen voor…
En daar waar dat niet lukt, komt zelfkritiek op: ik heb het niet goed gedaan, ik kan dit niet, ik moet beter mijn best doen…
Zelfkritiek: oude patronen blijven actief
Deze ingesleten overtuigingen verdwijnen niet vanzelf en juist omdat ze onbewust zijn geleerd, herken je ze vaak niet eens. Ze blijven onder de oppervlakte actief en kleuren hoe je nu naar jezelf kijkt. Bij chronische (pijn)klachten versterkt dit mechanisme zich. Je lichaam ‘werkt niet mee’, je energie laat je in de steek en voor je het weet loopt je brein weer in die oude groef: ik schiet tekort, het is mijn eigen schuld, ik stel weer teleur.
Deze zelfkritiek voedt op zijn beurt stress, spanning en somberheid — en juist dat houdt het zenuwstelsel en daarmee de klachten weer in stand.
De pijn-angst-cyclus
Want wat je in wezen ziet, is de bekende pijn-angst-cyclus in actie:
klachten → zelfkritiek en angst → verhoogde stress → verergering van klachten
Hoe meer je je zelfkritiek opvoert, hoe sterker de druk op jezelf wordt — en hoe meer je systeem in een staat van dreiging blijft hangen. Die dreiging betekent dat je brein aan de slag gaat om je méér klachten te geven. Het brein wil tenslotte niets anders dan dat je rust neemt en je uit de dreigende situatie terugtrekt. En hoe kan dat het beste? Door je klachten te verhogen en je te dwingen tot rust. (Lees er hier meer over.)
Mildheid als ingang tot herstel
De weg eruit begint bij inzicht. Door te begrijpen waar deze zelfkritische patronen vandaan komen, en hoe ze zijn ontstaan, kun je met meer mildheid naar jezelf leren kijken. Niet om het ‘weg te denken’, maar om je brein en zenuwstelsel stap voor stap te laten voelen: ik hoef het niet perfect te doen, ik mag ook rust nemen, ik mag goed voor mezelf zorgen.
Juist dit soort innerlijke veiligheid helpt het systeem te kalmeren, waardoor herstel bij chronische (pijn)klachten weer mogelijk wordt.
Met allerlei vormen van mindbody therapie kun je daaraan werken. Als je meer wilt weten, vraag dan op de contactpagina de informatiebrochure op of vraag meteen een afspraak aan voor een kennismakingsgesprek.
