In gesprekken hoor ik vaak:
‘Nee, daar ben ik klaar mee, dat heb ik achter me gelaten.’
‘Ik ben bang dat er te veel emoties loskomen.’
‘Moet dat nou, weer terug naar vroeger?’

Allemaal begrijpelijke reacties. In je verleden ‘graven’ doe je meestal niet voor je plezier, en zeker niet als er angst is dat je overspoeld raakt. Maar soms houdt dat vermijden juist iets in stand.

Wat gebeurt er in die vroege jaren?

Als kind pik je feilloos signalen op. Je voelt impliciete regels aan: zo doen we het hier. Misschien was dat de regel dat je niet lastig moest zijn. Of dat je vooral voor harmonie moest zorgen. Of dat je emoties beter voor jezelf kon houden. Als kind heb je geen mogelijkheid tot strategische keuzes, je doet alles vanuit puurheid – om de grootste kans te hebben op veiligheid en liefde. En ja, je vindt dus die manieren om je veilig te voelen. Je past je aan, onbewust.

Die aanpassing legt sporen in je zenuwstelsel. Je brein maakt paden aan die je leren: dit is hoe je erbij hoort, dit is hoe je voorkomt dat er gedoe komt. Het werkt soms goed, soms niet, maar doe dan ook: je bent alert.  De spanning die je daarmee in jezelf opslaat, kan ook ingesleten raken. Zo eigen dat je hem niet meer herkent.

De onzichtbare spanning

Veel mensen die later chronische (pijn)klachten ontwikkelen, blijken te leven met een ondertoon van spanning die al vanaf hun jeugd meeloopt. Niet omdat er ‘iets heel ergs’ is gebeurd, maar omdat het brein en lichaam destijds oplossingen vonden die nu nog steeds actief zijn. En dat gaat vaak buiten het bewustzijn om.

Wanneer die oude spanning oploopt, kunnen pijn of andere klachten ontstaan. Het zenuwstelsel staat dan te scherp afgesteld – alsof het rookalarm al afgaat bij een waxinelichtje. Er is geen brand, maar het alarmsysteem reageert wel. Dat noemen we neuroplastische pijn: pijn die ontstaat doordat het brein ingesleten patronen van waakzaamheid en bescherming blijft volgen, ook als er geen weefselschade te vinden is.

Durf je het aan?

Durven kijken naar die vroege patronen betekent niet dat je je ouders moet afvallen of dat er van alles in je jeugd ‘fout’ was. Het betekent dat je mag zien hoe jij als kind oplossingen vond die toen nodig waren. En dat je nu kunt onderzoeken of diezelfde oplossingen je misschien juist vasthouden in spanning en klachten.

Dat vraagt moed. Want het beest in de bek kijken is spannend. Toch weet ik van al mijn cliënten dat het meevalt. Is de draak een draakje. Is de opluchting achteraf groot en het inzicht glashelder. Wat je zo lang uit de weg ging, kan juist de sleutel zijn naar verlichting en herstel.