Stel je voor: je voelt een steek in je buik. Meteen schiet de gedachte door je hoofd: “wat als dit mijn nieren zijn? Of iets met mijn darmen? Misschien is het iets ernstigs?”.
Dat is catastroferen. Je brein slaat meteen een zijpad in richting het ergste scenario. En het gekke is: het is volkomen logisch dat het dat doet.

Het menselijk brein is gebouwd om gevaar op te merken, te voorspellen en te vermijden. En wat is er nu bedreigender dan pijn? Zeker als je al langer klachten hebt of eerder iets ernstigs hebt meegemaakt, is je brein extra alert geworden. Het is niet vreemd dat je bij klachten meteen aan het ergste denkt – het is een teken dat je systeem probeert je te beschermen.

Hoe zet catastroferen je brein op ‘high alert’?

Ons brein is voortdurend bezig met voorspellen: wat komt eraan, en moet ik daarop reageren? Als je veelvuldig denkt in worstcasescenario’s, voed je het alarmsysteem van je zenuwstelsel.
Je brein denkt: “aha, er dreigt kennelijk gevaar, ik moet extra opletten.”
Het gevolg? Je zenuwstelsel gaat in de paraatstand, ook wel hypervigilantie genoemd.

Deze verhoogde waakzaamheid maakt je gevoeliger voor signalen uit je lichaam. Kleine sensaties worden groter, spanningen vallen meer op, en ongemak voelt al snel bedreigend.
Zo ontstaat een vicieuze cirkel: je voelt iets, je schrikt, je denkt aan het ergste en je brein bevestigt je onbewust: “zie je wel, er is iets mis.”

Bij chronische (pijn)klachten noemen we dit ook wel neuroplastische pijn – pijn die echt is, maar wordt gevoed en in stand gehouden door de manier waarop je brein dreiging inschat.

Een voorbeeld: Marije en haar knie

Marije (38) had een paar jaar geleden een knieblessure na een misstap tijdens het hardlopen. De blessure genas, maar de pijn bleef.
Elke keer als ze haar knie voelde – bij traplopen, fietsen of gewoon bij het opstaan – dacht ze: “wat als ik weer iets kapot maak? Wat als ik blijvende schade heb?”. In therapie ontdekte ze dat haar knieblessure was genezen, maar diep van binnen vertrouwde ze dat eigenlijk niet. Tenslotte had ze pijn en haar logische brein had andere informatie opgeslagen, namelijk: pijn = gevaar. Door die onbewuste voorspelling voelde ze bij elke beweging een verhoogde spanning. En die spanning leidde tot pijn.
Samen onderzochten we hoe ze haar brein kon leren dat de pijn niet gevaarlijk was, dat haar lichaam veilig was. Ze oefende en langzaam maar zeker verdween eerst de lading om de pijn, de angst en daarna de pijn.
Ze leerde onderscheid maken tussen een lichamelijke sensatie en een catastrofale gedachte en dat maakte het verschil.

Hoe doorbreek je de cirkel?

De eerste stap is bewustwording. Niet om jezelf te veroordelen (“wat stom dat ik zo denk”), maar juist om met nieuwsgierigheid te onderzoeken: “Wat vertel ik mezelf eigenlijk als ik iets voel?”

Vervolgens kun je leren je brein andere signalen te geven:

  • “Deze sensatie is niet gevaarlijk.”

  • “Ik ben veilig, ook als ik iets voel.”

  • “Mijn lichaam is sterker dan ik denk.”

Dat is geen ‘positief denken’ of jezelf iets aanpraten. Het is het trainen van nieuwe, veiligere voorspellingen. En dat heeft een directe invloed op je zenuwstelsel.

Tot slot

Catastroferen bij chronische (pijn)klachten is geen zwakte of fout. Het is een teken dat je systeem probeert je te beschermen. Maar als die bescherming je gevangenhoudt in angst en spanning, is het tijd om iets nieuws te leren.
Niet harder je best doen. Wel zachter luisteren.
Niet vechten tegen het catastroferen, maar herkennen: “aha, daar is die gedachte weer.”
En dan kiezen voor veiligheid, óók als je het nog niet helemaal gelooft.

Je brein leert mee, het is het proberen waard.

En kun je er wat hulp bij gebruiken dan weet je me te vinden.