Pijn ontstaat vaak plotseling. Stel, je bent op een mooie dag aan het wandelen in het bos. De vogels fluiten, zonnestralen worden gefilterd door het bladerendek en een zacht briesje streelt je huid. Je kijkt omhoog omdat een eekhoorn een boom inschiet, waardoor je een kuil in het bospad niet ziet… Au! Je verzwikt je enkel.
Je lichaam beschermen
In dat ene moment gebeurt er van alles in je lichaam. Het is een prachtig, goed gecoördineerd systeem dat onmiddellijk in actie komt. De pijn kan fel zijn, scherp, en je even doen verstijven. Maar die pijn is niet zomaar vervelend: het is een beschermingsmechanisme.
Pijn zorgt ervoor dat je stopt met bewegen, dat je de enkel niet verder belast, zodat je lichaam kan herstellen.
Stel je eens voor dat je géén pijn zou voelen. Dan zou je rustig doorlopen, misschien zelfs een extra rondje maken. De schade aan je enkel zou groter worden en het herstel veel langer duren. In dat licht is pijn eigenlijk een vorm van intelligentie: het lichaam weet dat er iets beschermd moet worden en het brein zorgt dat jij dat ook voelt.
Pijn voel je in je lichaam, maar ontstaat in je brein
Als we nu in super slowmotion bekijken wat er gebeurt als je voet verkeerd terechtkomt, zien we dat er iets ingenieus gebeurt.
Zintuigcellen in je enkel – de zogenaamde nocireceptoren – registreren de overmatige rek of druk in het weefsel. Ze sturen een elektrisch signaal via je zenuwbanen naar je ruggenmerg. Op dat moment voel je nog niets.
Pas wanneer dat signaal je hersenen bereikt, begint het brein zijn werk te doen. Het weegt de situatie af: is dit gevaarlijk?, moet ik ingrijpen?
Vierenveertig hersengebieden werken samen om te beoordelen wat er aan de hand is. Pas daarna komt het brein met een conclusie – pijn. En dat gevoel is bedoeld om jou te beschermen.
Je hersenen zijn dus geen passieve ontvangers van pijnsignalen, maar actieve deelnemers. Ze interpreteren, vergelijken, voorspellen en beslissen. Pijn is niet alleen een waarneming, het is vooral een interpretatie van gevaar.
De samenwerking tussen brein en lichaam
Wanneer je eenmaal zit en je enkel ontziet, schakelt het lichaam over op herstelstand. Er komt een ontstekingsreactie op gang, de doorbloeding neemt toe, er worden herstelstoffen aangemaakt. Je brein houdt intussen in de gaten hoe het gaat: elke kleine beweging, elke aanraking levert nieuwe informatie op.
In die fase kan het ook gebeuren dat de pijn iets langer aanhoudt dan strikt noodzakelijk lijkt. Dat komt doordat je brein voorzichtig is. Het wil voorkomen dat je te snel weer belast wat nog herstellende is. Dat is de reden waarom pijn niet altijd één-op-één samenvalt met schade, maar eerder een signaal is van bescherming.
Wanneer bescherming doorschiet
Soms blijft het alarmsysteem actief, ook als het weefsel allang genezen is. Dan is het brein gewend geraakt om signalen uit dat gebied als gevaarlijk te beschouwen. De rookmelder blijft piepen, terwijl er geen rook meer is.
Dat is wat er kan gebeuren bij chronische pijn: het brein is te waakzaam geworden. Het reageert niet meer op daadwerkelijke schade, maar op de verwachting van gevaar. En dat maakt dat pijn kan blijven bestaan, ook zonder lichamelijke afwijkingen.
Het goede nieuws is dat het brein ook kan leren om weer te kalmeren. Net zoals het ooit heeft geleerd om alert te zijn, kan het leren dat het weer veilig is.
Meer lezen? Klik hier voor het artikel van Radboud UMC.
