De laatste jaren hebben we geleerd hoe belangrijk het is om ons zenuwstelsel te reguleren. We ademen dieper, nemen koude douches, doen aan meditatie of schrijven affirmaties op. Allemaal prachtige manieren om tot rust te komen, vooral als het leven veel van je vraagt.
Maar soms merk ik in gesprekken dat diezelfde technieken iets anders doen dan we denken. Ze brengen rust aan de oppervlakte, maar iets diepers blijft onbewogen. Ze leiden niet tot zelfregulatie, maar tot emotionele vermijding.
Vorige week zei een cliënte: “ik doe álles om mezelf te kalmeren en dat lukt ook wel, maar ergens vanbinnen blijft ik spanning voelen.”
Rust is niet altijd hetzelfde als veiligheid
We kunnen onszelf kennelijk tot rust brengen zonder dat ons systeem zich werkelijk veilig voelt.
Soms gebruiken we regulatie om afstand te nemen van wat eigenlijk gevoeld wil worden. We ademen spanningen weg, we herhalen geruststellende zinnen, we dwingen het lichaam tot ontspanning. Maar ondertussen fluistert er iets zachts vanbinnen: ‘zie mij, hoor mij, voel mij even.’
Het verschil tussen reguleren en overleven
Er is niets mis met methodes die je kalmeren. De vraag is alleen: met welk doel gebruik je ze? Doe je het om contact te maken met wat er speelt vanbinnen of juist om dat contact te vermijden? Als we regulatie gebruiken om emoties te ontwijken, zijn we niet aan het helen, maar aan het managen.
Echte regulatie is iets anders. Het is het vermogen om aanwezig te blijven bij wat je voelt, zonder erdoor overspoeld te worden. Je zenuwstelsel hoeft niet per se kalm te zijn; het moet zich veilig genoeg voelen om emoties toe te laten en weer te laten zakken.
De illusie van controle
Veel mensen herkennen het: een paar minuten na een meditatie of ademhalingsoefening lijkt alles rustig. Maar een uur later is de spanning weer terug. Als je dat opmerkt, besef dan dat het een signaal is.
Zolang de onderliggende angst of behoefte zich nog niet veilig genoeg voelt om aan het licht te komen, is de rust tijdelijk. De spanning zoekt een uitweg, maar vindt die niet in een vorm van controle over bijvoorbeeld je ademhaling. De uitweg is de weg van verbinding: verbinding met je emoties, met je angst of je behoefte.
Nieuwsgierigheid in plaats van strijd
Een lichte, alerte nieuwsgierigheid helpt. In plaats van jezelf steeds tot rust te brengen, kun je jezelf vragen: ‘wat probeert mijn lichaam me op dit moment te vertellen?’
Misschien voel je druk op je borst, spanning in je keel of een knoop in je buik. In plaats van dat gevoel weg te ademen, kun je er voorzichtig bij blijven. Luister ernaar, met die lichte nieuwsgierigheid.
Dat is het moment waarop je niet tegen je lichaam werkt, maar met je lichaam.
Als regulatie vanzelf ontstaat
Wanneer je de dieperliggende lagen aandacht geeft — het niet-erkende verdriet, de ingehouden woede, de onvervulde behoefte aan steun of veiligheid — ontstaat regulatie. Dat is een natuurlijk gevolg van contact.
Je hoeft dan niet meer dagelijks moeite te doen om kalm te blijven, omdat je zenuwstelsel stap voor stap leert dat het niet meer in de verdediging hoeft.
Van kalmte naar heelheid
Het doel van dit alles is niet om altijd rustig te blijven. Het doel is dat lichaam en gevoel weer met elkaar kunnen meebewegen. Zo hoeft je lichaam je niet langer te beschermen tegen iets wat al voorbij is. Zo mag spanning oplossen in vertrouwen.
Dat is overigens geen proces van dagen of weken. Neem er de tijd voor: met geduld, mildheid en steeds weer kleine momenten van luisteren.
Soms begint het gewoon met een zachte vraag aan jezelf:
‘wat wil er op dit moment gevoeld worden?’
